Interview Islamgeleerde Soad Saleh
Vrij Nederland, 2007
De invloedrijke Egyptische islamgeleerde dr. Soad Saleh (60) ligt in eigen land regelmatig onder vuur. Ze verkondigde onlangs te walgen van de burka. Met doodsbedreigingen als gevolg. Ze strijdt voor vrouwenrechten in de Islam, maar polygamie en een corrigerende klap vindt zij acceptabel. Feministen en fundamentalisten vallen over Soad Saleh heen, maar niemand kan óm haar heen. ‘Ik zeg wat ik denk en ben voor niemand bang.'
‘Hadden we een afspraak?' Verbazing tekent zich af op het vollemaansgezicht van Soad Saleh. De islamgeleerde, gevreesd om haar scherpe tong en bruuske manieren, opent de deur in roze huispyjama met een mobiele telefoon tegen het oor gedrukt. Kordaat beëindigt ze het telefoongesprek, wuift naar de ruime werkkamer en maakt haar rentree in een fluwelen jurk met bijpassend gekleurde hoofddoek. Gisteren buitelde de islamgeleerde na terugkeer uit Italië van een roltrap en hield daar gekneusde ribben aan over. De pijn lijkt vergeten na een vraag over de conferentie in Rome, waar Soad Saleh op uitnodiging van Unesco sprak over verdraagzaamheid tussen culturen. "Ik voer een jihad van het woord,' zegt een strijdlustige Soad Saleh, die stad en land afreist om de Islam te verduidelijken. ‘Een gematigde Islam.' Ze vindt het vreselijk dat gewelddadige extremisten haar geloof hebben gekaapt en dat fundamentalisten in Egypte steeds meer terrein winnen. Ze grijpt elke gelegenheid dan ook aan om haar opponenten van repliek te dienen. De fundamentalisten kunnen haar bloed wel drinken, ja. Maar íemand moet tegen hen in durven gaan.
Newsweek rangschikte dr. Soad Saleh tot de top drie van meest invloedrijke vrouwelijke islamgeleerden. Zij was de eerste vrouw in Egypte die fatwa's uitvaardigde, verrichte baanbrekend onderzoek op het gebied van vrouwenrechten in de islam en was tot vorig jaar hoofd van de vrouwenfaculteit Islamitische studies aan de Al-Azhar, de oudste en meest prestigieuze universiteit in de Arabische wereld. Haar interpretaties van Islamitische teksten tonen aan dat vrouwen veel meer rechten hebben dan hen worden toegekend. En die rechten eist ze op, ook voor zichzelf. Tot chagrijn van mannelijke wetgeleerden vaardigt Soad Saleh controversiële fatwa's uit en eist bestuursposten aan de al-Azhar die duizend jaar lang uitsluitend door mannen werden bezet. ‘Ik ben een van de beste wetenschappers en een oudgediende aan de universiteit,' schokschoudert de islamgeleerde, die weigert in de schaduw van mannelijke collega's te opereren alleen maar de heren bang zijn dat ze hen voorbij streeft. Felle ogen, bozige toon: ‘Mannen aan de religieuze top willen geen vrouw in hun midden terwijl de Islam vrouwen juist aanmoedigt actief te zijn.'
Vanwaar die enorme gedrevenheid en vechtlust? ‘Van mijn vader geërfd,' glimlacht Soad Saleh terwijl haar echtgenoot ons van thee en koekjes voorziet. Haar vader, een Al-Azhar sjeik, was tegendraads en voor niemand bang. Op zijn aandringen besloot Soad Saleh, oudste dochter uit een gezin van vijf jongens en vier meisjes, Islamitisch recht te studeren. Ze had er aanvankelijk geen belangstelling voor, maar haar vader vond dat vrouwen de studie en interpretatie van de klassieke teksten niet aan mannen moesten overlaten. En dus schreef Soad zich in aan de zojuist geopende faculteit voor meisjes aan de Al-Azhar. In 1967 studeerde ze af als de beste uit haar jaar. ‘Ik was ook beter dan de jongens.' Na afronding van haar promotieonderzoek vertrok ze naar Jedda en stichtte daar de eerste meisjesschool voor Islamitische studies in Saoedi-Arabië. In deze en latere functies initieerde en begeleidde Soad Saleh vele onderzoeken naar de positie en de rechten van de vrouw binnen de Islam.
‘Zij gaf vrouwen hun rechtmatige positie terug,' zegt haar echtgenoot, de journalist Sayed Abduraouf. Hij is trots op zijn vrouw en nee, niet jaloers op de aandacht die zij krijgt. Hij viel als jongeman op Soad Saleh vanwege haar intelligentie, werkdrift en enorme ambitie. ‘En dat is nog steeds zo,' grinnikt Sayed. Hij profiteert als journalist van haar briljante geest en omgekeerd kan Soad haar werk doen dankzij zijn steun en kritische geest. Soad Saleh, met een twinkeling in de ogen: ‘Mijn man neemt de profeet Mohamed als rolmodel.' De profeet zorgde immers goed voor zijn vrouwen en stimuleerde hen om de Islam actief uit te dragen. Hij zag er ook niet tegenop af en toe in het huishouden te helpen.
De vrouwelijke tolk herinnert Soad Saleh aan een opvallende fatwa, opinie over de wet, die zij vijftien jaar geleden uitvaardigde. Gelach. Ja, haar uitspraak over de profeet en het huishouden sloeg in. Soad Saleh meende op grond van de klassieke teksten dat een echtgenoot verplicht was zijn vrouw van een bediende te voorzien. Bleef hij in gebreke, dan moest hij in navolging van de profeet meehelpen in de huishouding. In een andere fatwa zei Soad Saleh dat echtgenoten voor een langdurige reis toestemming van hun vrouw nodig hebben.
Een fatwa is geen persoonlijke mening maar een uitleg van de wet, verkregen na methodisch onderzoek door wetgeleerden met een grondige kennis van de Koran, de hadith, de Sharia en het Arabisch. Een fatwa is in de meeste gevallen niet bindend. Het staat een gelovige vrij om advies te vragen en dat advies niet op te volgen. Moslims hoeven zich dan ook niets aan te trekken van de uitspraken van Soad Saleh, maar wat zij met haar eigenzinnige interpretaties wél bereikt is het ter discussie stellen van opvattingen die eeuwenlang gangbaar waren. Zo wordt in Egypte dankzij haar inspanningen het recht van de man om zijn vrouw te verstoten minder breed geïnterpreteerd dan eerder het geval was.
Soad Saleh noemt zichzelf een activiste, maar een feministe in de westerse zin van het woord is zij absoluut niet. Ze strijdt voor een juist toepassing van de geloofsregels, niet voor gelijke rechten van mannen en vrouwen. Buitenshuis kent de ambitie van Soad Saleh geen grenzen, maar binnenshuis blijft de man de baas omdat het zo in de Koran staat. Ze voegt daaraan toe dat een man weliswaar het laatste woord heeft, maar dat zijn besluit de ander geen geestelijke of materiële schade mag berokkenen.
‘Niet iedereen heeft zo'n lieve echtgenoot als Soad Saleh,' schatert Farida el Naqash, feministe, schrijfster en hoofdredacteur van het linkse weekblad Al Ahali [Het Volk]. ‘De doorsnee moslim koeioneert zijn vrouw en dochters met het excuus dat hij Gods wil uitvoert.' Geërgerd schudt de feministe het onbedekte hoofd: ‘Onderdrukking van de vrouw begint in het gezin en Soad Saleh sanctioneert dat met de Koran in de hand.' De islam is vrouwonvriendelijk en moslimvrouwen hoeven zich niet te onderwerpen aan regels die hen benadelen. ‘Daarom hebben we internationale conventies.' Vrijdenkers als Farida el Naqash hebben in Egypte de tijdgeest niet mee maar ‘iemand moet deze standpunten blijven verkondigen.' Strijdlust is waarschijnlijk het enige dat leeftijdgenoten Soad Saleh en Farida el Naqash met elkaar gemeen hebben. De feministe knikt. Haar opponent is aartsconservatief, maar zij is wel de eerste vrouw in de hoogste regionen van de Al-Azhar. ‘Dat is pure winst.'
‘Televisiezenders willen mensen met charisma,' zegt Soad Saleh op weg naar de televisiestudio waar haar wekelijkse praatprogramma Vrouwenfatwa's live wordt opgenomen. Ze legt uit waarom zo weinig oelema (geestelijke autoriteiten) een eigen tv show hebben terwijl je op Arabische satellietzenders struikelt over populaire shows van lekenpredikers, zoals de gladgeschoren en goedgebekte Amr Khaled, inmiddels een megaster. De lekenpredikers ondermijnen met hun miljoenenpubliek het gezag van de al-Azhar en de show van Soad Saleh is een poging terrein terug te winnen. Soad Saleh heeft ontegenzeggelijk het benodigde charisma, maar dan wel van een intimiderende soort. ‘Streng,' oordelen voormalige studenten en ook kijkers van haar show. ‘Verbeten,' vindt Abdel-Meguid, oprichter van een telefonische fatwa-service. ‘Moedig,' zegt een enkeling. Onverschrokkenheid moet gebrek aan warmte compenseren.
De camera's draaien. Op een rode designbank zit de islamgeleerde, enkellange jurk, hoofddoek om de bolle wangen, ernstige blik, stijfjes tegenover de presentatrice, een moderne vrouw met een jurk tot op de knie en onbedekte haren. Kijkers worden uitgenodigd om vragen te stellen over het thema van deze week: het huwelijk.
‘Geduld uitoefenen. Na de geboorte van je kindje draait je echtgenoot wel bij,' krijgt een zwangere vrouw te horen wier man vreemd gaat. Een klap, een slippertje, een man die bijna nooit thuis is of een tweede vrouw trouwt, vrouwen hebben het volgens Soad Saleh maar te accepteren. Dan schiet de islamgeleerde opeens overeind. ‘Wat? Dat is haram!', verboden, knalt haar stem door de studio. Een vrouw vertelt onder tranen dat haar man anale seks met haar heeft en Soad Saleh ontsteekt in razernij. Een corrigerende klap mag van de profeet, maar anale seks niet. ‘Hoe lang is dit aan de gang?' ‘Ben je naar je ouders gestapt?' ‘En zij ondernemen niets?' De islamgeleerde ontploft. ‘Geef me het telefoonnummer van je ouders,' beveelt ze. De huilende vrouw wordt doorgeschakeld naar de telefoniste en briesend zegt Soad Saleh toe de zaak persoonlijk af te handelen. De studiotechnici, bijna allemaal vrouwen, giechelen. De man die het op zijn hondjes doet kan maar beter onderduiken.
Van de drie grote vrouwelijke islamgeleerden in Egypte is Soad Saleh het meest briljant en het minst populair. ‘De meeste vrouwen willen aardig gevonden worden,' reageert Soad Saleh gelaten. Zij geeft daar niet om, God schonk haar het zelfvertrouwen om tegen het establishment in te gaan en impopulaire meningen te verkondigen.
Ironisch genoeg beroepen fundamentalisten zich op diezelfde God om de eigenzinnige islamgeleerde wegens godslastering ter dood te veroordelen. Eind vorig jaar kwam Soad Saleh in opspraak omdat zij de burka, gezichtsluier, walgelijk en onislamitisch noemde. Hoewel het dragen van een hoofddoek allang geen punt meer is in het conservatieve Egypte, zeker 80% van de vrouwen bedekt de haren, is het wel of niet dragen van de gezichtsluier een politieke kwestie geworden. Twee universiteiten wilden de gezichtsluier om veiligheidsredenen verbieden, maar de Egyptische rechtbank oordeelde dat de burka een mensenrecht is. Onzin, schreef een columniste. Een gezichtsluier is net belachelijk als in badpak naar je werk gaan. De minister van cultuur Farouk Hosni liet zich ‘ontvallen' de sluier achterlijk te vinden. Soad Saleh deed er nog een schepje bovenop. Ze vond de burka ronduit walgelijk, zei ze op televisie. De lap voor het gelaat was een nomadentraditie die niets met de Islam te maken had. God vond het prima dat vrouwen hun mooie gezicht toonden. ‘Dood aan Soad Saleh,' schreeuwde een imam tijdens een drukbezochte vrijdagpreek. De man werd gearresteerd, maar het kwaad was geschied. Soad Saleh beschouwt de arrestant als een ‘domme extremist' Als de man de Koran en de hadith goed had gelezen, zou hij haar gelijk moeten geven. Het spijt haar overigens dat ze mensen kwaad heeft gemaakt, maar het is niet anders.
Soad Saleh zegt wat ze denkt en is voor niemand bang. Maar hoe gaat haar gezin met de dreigingen om?
‘Zolang de kritiek van uiterst rechts komt maken we ons geen zorgen,' zegt echtgenoot Sayed Abduraouf. De familie steunt Soad Saleh onvoorwaardelijk en naar buiten toe vormt het gezin een hecht front. ‘Maar dat wil niet zeggen dat we het altijd met haar eens zijn.' Sayed verklaart grinnikend dat zij er thuis democratische principes op nahouden en dat er heftig wordt gediscussieerd over standpunten. Net zolang tot de ene partij de andere met argumenten weet te overtuigen. ‘Dat kan,' zegt de echtgenoot, ‘omdat fatwa's geen persoonlijke mening weerspiegelen.' Meestal krijgt Soad Saleh gelijk, maar soms is het andersom. Dat laatste gebeurde toen een zanger van twijfelachtig allooi een moskee liet bouwen waarin niemand wilde bidden. ‘Fout,' zei Soad Saleh desgevraagd. Nu de moskee klaar was behoorde het gebedshuis aan God. Om dat te onderstrepen bood ze aan het godshuis van de louche zanger in te wijden. Die mening heeft ze onder druk van haar familie herzien.
‘Dit gesprek moet ik aannemen,' verontschuldigt Soad Saleh als een bekende op het antwoordapparaat inspreekt. De hele avond rinkelen in huis de telefoons. ‘Gemiddeld zevenhonderd telefoontjes per dag en bijna iedereen belt voor een fatwa,' zegt de echtgenoot goedmoedig. De mening van Soad Saleh doet er toe. De islamgeleerde werd toegelaten tot de 200 leden tellende Internationale Bond van Islamgeleerden, een zeer prestigieuze club. Het is dan ook belachelijk, zegt Soad Saleh, dat ze die erkenning in eigen land niet krijgt. Ze wijdt dat aan de starre houding van conservatieve al-Azhar sjeiks. Vooral de groot-mufti Ali Gomaa, moeten het ontgelden. Verontwaardigd: ‘Ik heb dezelfde academische kwalificaties als Ali Gomaa. We zijn dus gelijken en in leeftijd ben ik zelfs zijn meerdere.' Om die reden zou ze moeten worden benoemd in de Dar al-Ifta, de Islamitische Raad voor Onderzoek. De raad verstrekt bindende fatwa's over nationale kwesties en is om die reden het belangrijkste orgaan van de Al-Azhar. Soad Saleh is ervan overtuigd dat ze vanwege haar sekse wordt buitengesloten. De groot-mufti heeft dat nooit direct gezegd omdat hij simpelweg niet heeft gereageerd op de verzoeken van Soad Saleh. Ook nu was hij niet bereikbaar voor commentaar.
‘Ik ga ondertussen mijn eigen gang,' zegt islamgeleerde. Soad Saleh heeft de goedkeuring van de raad niet nodig om zelf fatwa's uit te vaardigen. En ook op conferenties en in de media verkondigt ze luid en duidelijk haar mening. Met een knik naar de telefoon verklaart ze het vertrouwen van gewone mensen belangrijker te vinden dan erkenning van het establishment. Toch blijft het steken, dat exclusieve mannenclubje aan de top. Op één punt heeft Soad Saleh in ieder geval gescoord, zegt haar echtgenoot met een mengeling van troost en trots. ‘Het is aan jou te danken dat niemand meer beweren dat een hoofddoek het brein van een vrouw zou benevelen.'




