©


De plek van je leven: de koepas

Traveler, 2005

Ik heb mijn hart verpand aan de Egyptische woestijn, een onmetelijke speeltuin van zand en rotsen. Bij voorkeur verken ik steeds weer een nieuw gebied. Geen moeilijke opgave in een woestijn waar Nederland veertien keer in past, temeer omdat ik elke meter lopend afleg en blij mag zijn als ik op een dag veertig kilometer haal. Maar ondanks mijn hang naar het onbekende zijn er een paar plekken waarnaar ik graag terugkeer en bovenaan mijn lijstje favorieten staat de koepas. De driehonderd meter hoge pas ligt op een kalkplateau dat Dachla Oase begrenst en staat op geen enkele kaart aangegeven. Ik kreeg de Geheim Tip van de Duitse vriend die mij het vak van woestijnontdekkingsreiziger bijbracht en hij had de informatie op zijn beurt weer van een koesmokkelaar die de route gebruikt om illegaal, zonder belasting te betalen, koeien door de woestijn naar de Nijlvallei te exporteren. ‘Kleine kans dat je de koepas zult vinden,' zei de vriend nadat hij instructies had gegeven. Een beetje zenuwachtig zwierf ik in het gezelschap van twee volwassen vrouwtjeskamelen en een kleine van zeven maanden oud over het plateau. Met een kompas, potlood en liniaal hield ik mijn koers bij op een beduimelde vooroorlogse kaart van Britse makelij en zocht mijn weg naar die ene smalle rotsrichel door een wilderness of wind eroded hills zoals het gebied op de kaart werd aangeduid. Ik wist dat ik bovenaan de koepas zou staan als ik een zandbaan naar beneden zag waaieren waarin ergens een groen eilandje moest liggen. Maar telkens als ik de ruwe rotswand naderde via een door de wind uitgesleten sleuf zag ik beneden me slechts een chaos van afgebrokkelde rotsen met wat zand. Een prachtig gezicht, maar niet als je met nog maar een paar liter water en drie vermoeide kamelen op zoek bent naar de uitgang. Dan maar weer terug om de karavaan met lieve woordjes en zweepgeknal over en door een brij van heuvels te voeren. Ten einde raad liet ik de beesten ergens aan de plateaurand zitten en rende in mijn eentje de heuvels af. Ik vond de koepas maar nu was ik de kamelen kwijt. Pas na een uur zoeken zag ik drie nieuwsgierige bruine en witte koppen die nauwelijks opvielen tussen de rotsen. We slingerden langs zandduinen en rotsspleten en ik kon mijn tranen niet bedwingen toen we het platte uitsteeksel bereikten, compleet met kamelenkeutels en opgedroogde koeienvlaaien. De wind trok aan mijn hemdjurk, zwaluwen vlogen langs de rafelige rotswand en staande op een smal puntje aarde had ik het gevoel met de vogels door de lucht te zweven. Mocht er een God bestaan die de wereld heeft geschapen dan bood dit uitzicht een terugblik in de tijd. Zo moest de aarde er in het begin hebben uitgezien: woest en ledig. Uren zat ik aan de rand en staarde uit over een chaos van kale bergen doorsneden met kloven en bedekt met rotsblokken waaraan slierten geel engelenhaar kleefden. Vanaf de koepas slingerde een brede boterkleurige zandbaan naar beneden, de oase in. Voorbij de groene klavervelden golfden de duinen verder naar het westen, tot voorbij de horizon.
Met stramme benen liepen de kamelen naar beneden. De zandbaan was zo steil dat we zigzaggend moesten afdalen en onderweg stond ik regelmatig stil om het panorama op te drinken met mijn ogen. Ik zal nooit wennen aan het duizelingwekkende uitzicht dat de koepas biedt en ben er daarom jarenlang naar teruggekeerd. Iedere keer weer vloekend en zuchten bij mijn pogingen de pas te vinden, tot ik een GPS gebruikte en erachter kwam dat de Britten een foutje hadden gemaakt bij het intekenen van de inham waaraan de koepas moest liggen. Tijdens mijn laatste afdeling werd mijn euforie echter door een ongeluk getemperd. Dit keer stond ik met drie vrienden bovenaan de pas. Ik gaf hen aanwijzingen en lette niet goed op toen een kameel met hoogtevrees begon te bokken. Haar poten vlogen alle kanten op en een klap tegen mijn knie maakte een eind aan het wandelavontuur.
Lopen ging niet meer maar ik moest wel beneden zien te komen. Steunend op twee zadelstokken hobbelde ik als een vermoeide langlaufer de pas af. Een urenlange rit op de rug van een kameel volgde en bracht me bij de groene vlek die de Duitser me ooit als oriëntatiepunt voor de koepas had aangewezen. Het avontuur eindigde met een been in het gips en een langdurige revalidatie. Bijgelovig als ik ben heb ik de plek sindsdien gemeden en ik ga pas terug als ik een manier heb gevonden